ECLI:NL:RBSGR:2008:BD6303
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanhouden voorlopige toevertrouwingsverzoeken in afwachting teruggeleidingsprocedure minderjarige
Partijen zijn in 2003 in de Verenigde Staten gehuwd en hebben een minderjarig kind geboren in de VS. De vrouw, met Nederlandse en Egyptische nationaliteit, woont sinds 2004 in Nederland met het kind, terwijl de man, met Amerikaanse en Egyptische nationaliteit, stelt dat het hoofdverblijf in de Verenigde Staten is. De vrouw verzoekt voorlopige toevertrouwing en een kinderbijdrage van €500 per maand. De man verzoekt voorlopige toevertrouwing aan hem.
De Centrale Autoriteit meldt een verzoek tot teruggeleiding van het kind naar de VS en verzoekt de rechtbank geen uitspraak te doen over het gezag zolang deze procedure loopt. De rechtbank oordeelt dat zij rechtsmacht heeft op grond van het verblijf van de vrouw in Nederland en de toepasselijkheid van Brussel II-bis en het Nederlandse recht.
Gezien het verzoek tot teruggeleiding en het Haags Kinderontvoeringsverdrag houdt de rechtbank de behandeling van de verzoeken tot voorlopige toevertrouwing en kinderbijdrage aan tot 1 november 2008, in afwachting van de uitkomst van de teruggeleidingsprocedure. Partijen dienen voor die datum schriftelijk te rapporteren over de voortgang.
Uitkomst: De rechtbank houdt de verzoeken tot voorlopige toevertrouwing en kinderbijdrage aan tot de beslissing op het verzoek tot teruggeleiding van het kind.