ECLI:NL:RBSGR:2008:BD6011
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Leijenhorst
- G.J. Ebbeling
- J.W. van der Voort
- Rechtspraak.nl
Aftrekbeperking kosten deelnemingen in derde landen niet in strijd met EU-recht en associatieovereenkomsten
Eiseres, onderdeel van een internationale groep, maakte kosten gerelateerd aan deelnemingen in Tsjechië, Slowakije en andere derde landen en wilde deze kosten aftrekken van haar Nederlandse winst. De inspecteur weigerde deze aftrek op grond van artikel 13, eerste lid, van de Wet Vpb 1969, dat een aftrekbeperking inhoudt voor kosten verbonden aan deelnemingen die niet middellijk dienstbaar zijn aan in Nederland belastbare winst.
De rechtbank oordeelde dat de aftrekbeperking hoofdzakelijk ingrijpt in de vrijheid van vestiging (artikel 43 EG Pro) en dat toetsing aan het vrije verkeer van kapitaal (artikel 56 EG Pro) niet aan de orde is. De werkingssfeer van artikel 43 EG Pro strekt zich niet uit tot deelnemingen in derde landen, waardoor het beroep op het EG-verdrag faalt. Ook het beroep op artikel 61 van Pro de associatieovereenkomsten met Tsjechië en Slowakije werd verworpen, omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van verrichtingen op de kapitaalrekening zoals bedoeld in die overeenkomsten.
Voorts oordeelde de rechtbank dat de aftrekbeperking niet in strijd is met het discriminatieverbod uit artikel 26 IVBPR Pro en artikel 14 EVRM Pro juncto artikel 1 Eerste Pro Protocol EVRM, omdat de moeder-dochterrichtlijn en artikel 43 EG Pro niet verplichten deze werking uit te breiden tot deelnemingen buiten de EU/EER. Het arrest-Bosal is niet analoog toepasbaar op deelnemingen in derde landen. Vergoedingsverzoeken voor proceskosten en griffierecht werden afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering tot aftrek van kosten verbonden aan deelnemingen in derde landen wordt ongegrond verklaard.