ECLI:NL:RBSGR:2008:BD6004
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van 't Laar
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen ophouding vreemdeling wegens ontbreken gemachtigde
Eiser, een vreemdeling met de Chinese nationaliteit, werd op 3 juni 2008 staandegehouden en opgehouden op grond van artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tegen deze ophouding werd een beroep ingesteld, waarbij eiser werd vertegenwoordigd door een gemachtigde. De rechtbank stelde vast dat eiser geen gemachtigde wenste en dat de gemachtigde geen bepaaldelijke volmacht had om het beroep in te stellen.
Tijdens de zitting werd het onderzoek geschorst om nadere inlichtingen te verkrijgen over de staandehouding en ophouding. Verweerder stelde dat er geen maatregel van bewaring was opgelegd en dat de ophouding rechtmatig was verlopen. De gemachtigde voerde onder meer aan dat de tolk niet onpartijdig was geweest en dat eiser over een nationaal paspoort en voldoende middelen van bestaan beschikte.
De rechtbank overwoog dat de ophouding gelijkgesteld wordt met een bestuursbesluit waartegen rechtstreeks beroep mogelijk is. Echter, het beroep was niet ingesteld door een gemachtigde die daartoe bepaaldelijk bevoegd was, en eiser had expliciet aangegeven geen gemachtigde te wensen. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de ophouding is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een bepaaldelijk gevolmachtigde gemachtigde en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.