ECLI:NL:RBSGR:2008:BD5293
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis op grond van Wet BOPZ
De rechtbank ’s-Gravenhage heeft op 23 juni 2008 een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis verleend aan betrokkene, geboren in 1943, die reeds krachtens een voorlopige machtiging in het ziekenhuis verbleef. Het verzoek werd ingediend door de officier van justitie en ondersteund door een verklaring van de waarnemend geneesheer-directeur, een behandelingsplan en medische aantekeningen.
Tijdens de zitting werd betrokkene gehoord in aanwezigheid van zijn advocaat, een arts en een verpleegkundige. Uit de stukken en verklaringen bleek dat de geestesstoornis van betrokkene nog steeds aanwezig is en dat hij een gevaar vormt voor zichzelf. Dit gevaar kan niet worden afgewend door tussenkomst van personen of instellingen buiten het ziekenhuis.
De advocaat voerde aan dat een machtiging niet nodig zou zijn omdat betrokkene geen andere verblijfplaats heeft en kennelijk niet zal vertrekken. De rechtbank oordeelde echter dat betrokkene niet bereid is in het ziekenhuis te verblijven, gezien zijn afwerende houding, het vertonen van fysieke agressie en de noodzaak tot afzondering. Ook is betrokkene niet of beperkt bereid medicatie te accepteren.
De rechtbank verwees naar een arrest van de Hoge Raad van 8 februari 2008 en baseerde haar beslissing op de artikelen 15, 16 en 17 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ). De machtiging werd verleend tot uiterlijk 14 juni 2009.
Uitkomst: Machtiging tot voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis verleend tot uiterlijk 14 juni 2009.