ECLI:NL:RBSGR:2008:BD4770
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring na asielafwijzing van Chinese asielzoeker
Eiser, een Chinese asielzoeker die na het uitbrengen van het voornemen tot afwijzing in vreemdelingenbewaring is gesteld, stelt dat de bewaring een zwaardere motivering vereist volgens het beleid van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Verweerder erkent dit beleid maar stelt dat aan de verzwaarde motiveringsplicht is voldaan.
De rechtbank bevestigt dat het beleid van toepassing is op deze situatie, waarbij bewaring na het uitreiken van het voornemen slechts beperkt mag worden toegepast en een nadere motivering vereist is. Verweerder heeft onderbouwd dat eiser behoort tot een risicogroep van zogenaamde ‘1-april Chinezen’, waarvan een aanzienlijk deel zich onttrekt aan toezicht en uitzetting.
Hoewel eiser meewerkt aan zijn uitzetting door zijn paspoort in te leveren, is dit onvoldoende reden om de bewaring op te heffen, mede vanwege zijn langdurig illegaal verblijf en het weigeren een aanvraagformulier voor een laissez passer in te vullen. De rechtbank acht de bewaring niet onrechtmatig en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de vreemdelingenbewaring ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.