ECLI:NL:RBSGR:2008:BD4213
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering visum kort verblijf wegens schending hoorplicht en zorgvuldigheidsbeginsel
Eiseres diende een aanvraag in voor een visum kort verblijf ten behoeve van familiebezoek. Verweerder wees het visum af met als enige motivering dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 5, eerste lid, van de Schengengrenscode. De motivering van het besluit was echter zeer summier en onduidelijk, mede doordat onduidelijk bleef of bepaalde vermeldingen in de rapportage conclusies van verweerder of mededelingen van eiseres waren.
In de bezwaarprocedure vroeg verweerder nadere inlichtingen op, maar na het verstrijken van de gestelde termijn nam hij geen contact meer op met eiseres om haar alsnog de gelegenheid te geven de gevraagde gegevens te verstrekken. Tevens werd eiseres niet gehoord, terwijl dit op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wel had moeten gebeuren, omdat niet op voorhand vaststond dat het bezwaar kansloos was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende zorgvuldig had gehandeld en de hoorplicht had geschonden. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd en verweerder werd opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen op het bezwaar, met inachtneming van de uitspraak. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van het visum kort verblijf wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak.