ECLI:NL:RBSGR:2008:BD3780
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ingangsdatum verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering categoriale bescherming
Eiser, een Iraakse asielzoeker uit Centraal-Irak, diende op 4 november 2006 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder verleende deze vergunning met ingang van 2 april 2007, op grond van het categoriale beschermingsbeleid voor asielzoekers uit Centraal-Irak. Eiser betoogde dat de ingangsdatum onjuist was en dat het beleid al eerder, vanaf 15 december 2005, had moeten gelden. Hij verwees daarbij onder meer naar ambtsberichten, rapporten van de UNHCR en een motie van de Tweede Kamer die per direct categoriale bescherming beoogde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder een ruime beleidsvrijheid heeft bij het bepalen van de ingangsdatum van het categoriale beschermingsbeleid en in beginsel kan volstaan met een verwijzing naar de beleidsbeslissing van 2 april 2007. Echter, wanneer een vreemdeling gemotiveerd betoogt dat deze datum niet redelijk is, moet verweerder dit kunnen motiveren. In deze zaak ontbrak een kenbare motivering waarom het beleid niet met terugwerkende kracht werd ingevoerd, terwijl er feiten en informatie waren die een eerdere ingangsdatum zouden kunnen rechtvaardigen.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het besluit over de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.