ECLI:NL:RBSGR:2008:BD3241
Rechtbank 's-Gravenhage
- Raadkamer
- H.P.M. Mesker
- M.I. Veldt-Foglia
- R.J.A. Schaaf
- Rechtspraak.nl
Beslissing op bezwaarschrift tegen vervolging wegens betrokkenheid bij moorden in de Filipijnen
De rechtbank Den Haag behandelde het bezwaarschrift van de verdachte tegen de kennisgeving van verdere vervolging wegens betrokkenheid bij meerdere moorden gepleegd in de Filipijnen in 2003 en 2004. Het bezwaarschrift werd ingediend naar aanleiding van de kennisgeving van de officier van justitie dat de vervolging zou worden voortgezet.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat het onderzoek nog niet was afgerond en dat er nog getuigenverhoren en analyse van in beslag genomen computerbestanden plaatsvonden. De rechtbank oordeelde dat op basis van het tot dan toe verzamelde bewijs onvoldoende concrete aanwijzingen bestonden om de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de verdachte vast te stellen.
De rechtbank nam het standpunt in dat het gerechtvaardigd is de vervolging voort te zetten om het onderzoek af te ronden en een evenwichtige beslissing te kunnen nemen over het al dan niet dagvaarden van de verdachte. Het bezwaarschrift werd daarom ongegrond verklaard.
De zaak betrof onder meer verdenkingen van medeplichtigheid aan moord en poging tot moord, gepleegd door leden van de National People's Army in de Filipijnen, waarbij de verdachte mogelijk betrokken was vanwege zijn positie binnen de Communistische Partij van de Filipijnen. De rechtbank benadrukte dat het ontbreken van voldoende bewijs op dit moment niet uitsluit dat er later wel bewijs kan worden gevonden.
De beslissing werd genomen door de strafkamer van de rechtbank Den Haag op 5 juni 2008, waarbij de verdachte werd gehoord en de officieren van justitie hun standpunten naar voren brachten.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de vervolging werd ongegrond verklaard en de vervolging werd voortgezet.