ECLI:NL:RBSGR:2008:BD3021
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opheffing ongewenstverklaring wegens onvoldoende bewijs en belangenafweging gezinsleven
Eiser, met een verleden van veroordelingen voor drugshandel en een ongewenstverklaring sinds 1988, verzocht om opheffing van deze verklaring. Hij overlegd onvoldoende bewijs om aan te tonen dat hij tien achtereenvolgende jaren buiten Nederland verbleef en niet aan strafvervolging was onderworpen. Het paspoort dat hij overlegde dekte slechts een deel van de periode en er ontbraken documenten over grensoverschrijdingen.
De rechtbank maakte een belangenafweging waarbij het algemeen belang van de staat om de openbare orde te beschermen zwaarder woog dan het persoonlijke belang van eiser om Nederland te bezoeken voor gezinscontact. Hoewel sprake is van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro, is dit niet voldoende om de ongewenstverklaring op te heffen. Het gezinsleven is immers ontstaan na de ongewenstverklaring en kan voortgezet worden in Suriname.
Eiser en zijn gezin hebben de Nederlandse nationaliteit, maar de kinderen wonen grotendeels in Suriname. Er is geen objectieve belemmering om het gezinsleven daar voort te zetten. De rechtbank concludeert dat het besluit tot afwijzing van de opheffing rechtmatig is en geen schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opheffing van de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.