ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2333
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergrijpboete wegens onvoldoende bewijs opzet bij onjuiste aangifte inkomstenbelasting
Naar aanleiding van een boekenonderzoek bij vennootschappen waarvan eiser directeur en enig aandeelhouder is, heeft de inspecteur correcties aangebracht en een vergrijpboete van €11.196 opgelegd wegens opzet bij de aangifte inkomstenbelasting 2002.
De rechtbank oordeelt dat het aan de inspecteur is om aannemelijk te maken dat eiser wist dat zijn aangifte onjuist was of zich bewust was van een aanmerkelijke kans daarop, maar zich daaraan willens en wetens blootstelde. De inspecteur heeft dit niet voldoende onderbouwd; de correcties zijn gebaseerd op geschatte verschillen van inzicht over zakelijkheid van kosten en er is geen bewijs van fraude of zwendel door eiser.
Ook is niet gesteld dat de gemachtigde van eiser met opzet een onjuiste aangifte heeft gedaan of dat eiser onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte bij de keuze en samenwerking met zijn gemachtigde. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt de boetebeschikking en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de vergrijpboete wegens onvoldoende bewijs van opzet en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.