ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2027
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding in vreemdelingenrecht
Eisers hadden op 31 januari en 6 februari 2001 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van de tijdelijke witte illegalenregeling. Verweerder wees deze aanvragen bij besluit van 3 oktober 2003 af. Eisers maakten op 7 september 2005 bezwaar tegen dit besluit, maar verweerder verklaarde dit bezwaar op 12 oktober 2007 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank onderzocht of het besluit van 3 oktober 2003 op de juiste wijze was bekendgemaakt. Verweerder overlegde een interne minuut van verzending met een handgeschreven paraaf en datum, wat volgens hem voldoende bewijs was van verzending. Eisers betwistten dit en stelden dat zij het besluit pas in augustus 2005 hadden vernomen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat het besluit tijdig was verzonden en dat de ontkenning van ontvangst door eisers niet ongeloofwaardig was. De bezwaartermijn begon daarom op 4 oktober 2003 en was op 31 oktober 2003 verstreken. Het bezwaar was dus terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Echter, verweerder had de motivering voor de niet-ontvankelijkverklaring pas na het instellen van beroep voldoende onderbouwd, waardoor het bestreden besluit werd vernietigd. De rechtbank besloot de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten, omdat een ander besluit niet tot een gunstiger resultaat voor eisers zou leiden.
Tot slot werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het gestorte griffierecht aan eisers.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.