ECLI:NL:RBSGR:2008:BD1393
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing restitutieverplichting ouderschapsverlof na ontslag
Eiser, een militair met een tijdelijke aanstelling, werd ouderschapsverlof toegekend van oktober 2005 tot juni 2006. Na zijn eervol ontslag per 3 februari 2006 werd hem een restitutieverplichting opgelegd voor het genoten ouderschapsverlof. Eiser verzocht om vrijstelling, maar dit werd afgewezen. Hij maakte bezwaar tegen deze beslissing, dat tijdig werd ingediend en ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank beoordeelde dat verweerder terecht de restitutieverplichting oplegde op grond van het Algemeen Militair Ambtenarenreglement (AMAR), waarin staat dat bij ontslag binnen een jaar na ouderschapsverlof terugbetaling kan worden geëist. De rechtbank oordeelde dat verweerder zijn discretionaire bevoegdheid niet onredelijk heeft uitgeoefend en dat de vaste gedragslijn om terugvordering toe te passen niet onredelijk is.
Eiser voerde aan dat bij de aanvraag van het verlof al bekend was dat hij zou worden ontslagen en dat hij daarom niet tot restitutie verplicht had mogen worden. De rechtbank vond dit onvoldoende om van de vaste gedragslijn af te wijken. Ook een vermeende toezegging van de commandant dat geen restitutie zou volgen, kon niet worden bewezen. De rechtbank concludeerde dat verweerder in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de restitutieverplichting ouderschapsverlof na ontslag wordt ongegrond verklaard.