ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0996
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar China
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een Chinese vreemdeling tegen de voortzetting van haar vreemdelingenbewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie. De bewaring was ingesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en duurde voort sinds 19 februari 2008. Eiseres stelde dat er geen zicht op uitzetting was omdat de Chinese autoriteiten in 2007 en 2008 vrijwel geen laissez passers aan ongedocumenteerde Chinezen verstrekten.
De rechtbank overwoog dat het enkele feit dat in voorgaande jaren weinig laissez passers werden afgegeven niet betekent dat er geen zicht op uitzetting bestaat. De Chinese autoriteiten kunnen wel degelijk bereid zijn een tijdelijk reisdocument te verstrekken indien de vreemdeling volledige en juiste informatie verstrekt en actief meewerkt aan het identiteitsonderzoek. De aanvraag voor een laissez passer was in maart 2008 ingediend en er was meerdere malen gerappelleerd.
De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de bewaring gerechtvaardigd is omdat de Staatssecretaris voldoende voortvarend handelt en er geen aanwijzingen zijn dat de Chinese autoriteiten geen reisdocument zullen verstrekken. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.