ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0974
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring wegens zicht op uitzetting naar Irak
Eiser is op 28 augustus 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld en heeft meerdere keren beroep ingesteld tegen deze maatregel. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de bewaring bevestigd. In dit beroep staat de vraag centraal of de bewaring nog steeds rechtmatig is, mede gelet op het zicht op uitzetting naar Irak.
Verweerder stelt dat er voldoende zicht op uitzetting is, mede omdat Iraakse autoriteiten reisdocumenten verstrekken aan vreemdelingen die meewerken aan terugkeer. Eiser weigert echter elke medewerking, waardoor gedwongen uitzetting wordt voorbereid met behulp van onderhandelingen met Noord-Iraakse autoriteiten en eventueel via een EU-staat.
De rechtbank oordeelt dat de medewerkingsplicht van de vreemdeling essentieel is en dat het weigeren daarvan niet betekent dat het zicht op uitzetting ontbreekt. Integendeel, de maatregel van bewaring is ook gericht op het waarborgen van de mogelijkheid tot uitzetting bij gebrek aan medewerking. Gezien de non-coöperatieve houding van eiser en de voortgang in onderhandelingen met Iraakse autoriteiten weegt het belang van voortzetting van de bewaring zwaarder dan het belang van eiser bij vrijlating.
De rechtbank wijst het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. De maatregel van bewaring blijft gehandhaafd, waarbij wordt opgemerkt dat hoewel de bewaring ruim zeven maanden duurt, onder omstandigheden een langere duur gerechtvaardigd kan zijn.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.