ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0598
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende opvang Nederlands kind
Eiseres verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het uitoefenen van gezinsleven met haar Nederlandse kind, referente. Verweerder wees dit af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en stelde dat opvang van het kind door familie mogelijk was. Eiseres voerde aan dat de opvang door familie niet haalbaar is en dat het mvv-vereiste onbillijk is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat er een geschikte opvang voor referente aanwezig was, mede gelet op haar jeugdige leeftijd en de omstandigheden bij de neef van eiseres. De rechtbank stelde vast dat verweerder ten onrechte het beroep op de hardheidsclausule had afgewezen en dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel van de Awb.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank op het beroep had beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en de Staat der Nederlanden werd aangewezen als rechtspersoon voor vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.