ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0064
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar Suriname
Eiser, die stelt de Surinaamse nationaliteit te hebben, is in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op uitzetting. Hij betoogde dat geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, omdat zijn presentatie bij de Surinaamse autoriteiten pas gepland staat op 31 december 2008. De rechtbank overwoog dat de aanvraag voor een laissez-passer in behandeling is genomen en dat er geen aanwijzingen zijn dat deze zal worden geweigerd.
De rechtbank nam in haar afweging mee dat verweerder afhankelijk is van de Surinaamse autoriteiten voor de frequentie van presentaties en wachtlijsten. Daarnaast werd het belang van de Staat bij voortduring van de bewaring zwaarder gewogen dan het belang van eiser bij invrijheidstelling, mede vanwege eerdere veroordelingen van eiser en zijn ongewenstverklaring.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit frustreert, wat blijkt uit verklaringen tijdens vertrekgesprekken. Het eerdere verblijf van eiser in vreemdelingenbewaring en het feit dat deze soms werden opgeheven, leidde niet tot het oordeel dat het zicht op uitzetting ontbreekt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding tot toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.