ECLI:NL:RBSGR:2008:BC9262
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zicht op uitzetting en voortzetting vreemdelingenbewaring van Iraanse nationaliteit
Eiser, van Iraanse nationaliteit en verblijvend in vreemdelingenbewaring, betwistte het zicht op zijn uitzetting omdat hij geen originele documenten kon overleggen. De rechtbank onderzocht of de omstandigheden, waaronder het feit dat de Iraanse autoriteiten alleen een laissez-passer verstrekken op basis van originele documenten en dat eiser geen actie onderneemt om deze te verkrijgen, het zicht op uitzetting uitsluiten.
De rechtbank stelde vast dat van eiser verwacht mag worden dat hij alles doet om de benodigde documenten te verkrijgen. Hoewel eiser dit niet of onvoldoende doet, betekent dit niet automatisch dat het zicht op uitzetting is verdwenen. Er is een reële mogelijkheid dat eiser alsnog documenten verkrijgt, bijvoorbeeld via zijn echtgenote in de Verenigde Staten die het originele paspoort bezit.
Verweerder heeft voldoende voortvarend gehandeld door een aanvraag voor een laissez-passer in te dienen en de voortgang te monitoren. De rechtbank concludeerde dat de voortzetting van de bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en dat het verzoek om schadevergoeding ongegrond is. Het beroep tegen de bewaring werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.