ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8738
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen weigering vrijstelling mvv-vereiste wegens voorgenomen ongewenstverklaring
Verzoekster, een Colombiaanse vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder het mvv-vereiste. Verweerder wees de aanvraag af omdat verzoekster niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet viel onder vrijstellingscategorieën. Tevens was sprake van een voorgenomen ongewenstverklaring van verzoekster voor een periode van tien jaar.
Verzoekster betoogde dat het vasthouden aan het mvv-vereiste een schending van artikel 8 EVRM Pro inhoudt, omdat het gezinsleven door de overheid wordt verbroken en het onzeker is of zij ooit terug kan keren. Verweerder stelde dat het gezinsleven niet op voorhand wordt uitgesloten en dat verzoekster haar kinderen mee kan nemen of achterlaten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de voorgenomen ongewenstverklaring van tien jaar niet als tijdelijk kan worden beschouwd zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro en dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met dit voornemen. Daarom heeft het bezwaar van verzoekster een redelijke kans van slagen en is de voorlopige voorziening toegewezen. Verweerder is verboden maatregelen tot verwijdering te treffen totdat op het bezwaar is beslist.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en verwijdering van verzoekster wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.