ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8628
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit na erkenning door vader die nationaliteit verloor
Verzoekers hebben de rechtbank verzocht vast te stellen dat zij de Nederlandse nationaliteit bezitten op grond van erkenning door hun vader, een Nederlandse man. De vader was geboren in Suriname en had bij de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975 de Nederlandse nationaliteit.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vader ten tijde van de erkenning in 1990 nog de Nederlandse nationaliteit bezat. De rechtbank stelde vast dat de vader na zijn vertrek naar Nederland in 1975 vanaf 1976 weer in Suriname woonde en daardoor op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap en de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten (TOS) zijn Nederlandse nationaliteit had verloren door een verblijf van twee jaar in Suriname.
Omdat de vader bij erkenning in 1990 niet meer de Nederlandse nationaliteit bezat, konden verzoekers die niet op grond van artikel 4 lid 1 RWN Pro (oud) verkrijgen. De rechtbank wees het verzoek daarom af.
De uitspraak werd gedaan door mr. C.W.T. Vriezen op 13 maart 2008 tijdens een openbare terechtzitting in 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit wordt afgewezen omdat de vader ten tijde van erkenning niet de Nederlandse nationaliteit bezat.