ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8454
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bergman
- Bosman
- Hartmann
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs vals proces-verbaal en valsheid in geschrift
Op 10 maart 2005 werd een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt en ondertekend door de verbalisant, verdachte en een tolk. Later ontstond twijfel over de echtheid van dit proces-verbaal, waarna een onderzoek door de Rijksrecherche werd gestart. De officier van justitie stelde dat het proces-verbaal vals was, onderbouwd met verklaringen van betrokkenen en technisch onderzoek.
De verdediging betoogde dat het proces-verbaal authentiek was en dat het digitale document op 10 maart 2005 verloren was gegaan, waarna het op 12 maart 2005 letterlijk werd overgetypt door verdachte en een collega. Getuigenverklaringen konden dit niet overtuigend weerleggen. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen over de valsheid niet eenduidig waren en dat het technisch onderzoek geen valsheid ondersteunde.
De rechtbank concludeerde dat niet wettig en overtuigend bewezen was dat sprake was van een vals proces-verbaal. Hierdoor kon verdachte niet worden veroordeeld voor valsheid in geschrift, gebruik van een vals geschrift of meineed. De verdachte werd dan ook vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor valsheid van het proces-verbaal en de ten laste gelegde feiten.