ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8224
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belangenafweging bij inbewaringstelling op grond van artikel 59 lid 2 Vreemdelingenwet 2000
Eiser, een Iraanse vreemdeling, is op 5 februari 2008 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 omdat de noodzakelijke documenten voor terugkeer beschikbaar waren of spoedig beschikbaar zouden zijn. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De kern van het geschil betrof de vraag of de verweerder bij toepassing van deze bewaring altijd een kenbare belangenafweging moet maken tussen het belang van de openbare orde en het belang van de vreemdeling om niet van zijn vrijheid te worden beroofd. De rechtbank bevestigt dat een dergelijke belangenafweging uit het dossier moet blijken, waarbij voor Dublinclaimanten deze afweging in beginsel al is gegeven vanwege het risico dat zij zich aan uitzetting onttrekken.
De rechtbank stelt dat alleen in bijzondere gevallen een expliciete en kenbare belangenafweging vereist is en dat de vreemdeling aannemelijk moet maken dat zo'n geval zich voordoet. Eiser heeft dit niet kunnen aantonen; het indienen van hoger beroep tegen de afwijzing van zijn asielverzoek en het voldoen aan de meldplicht zijn onvoldoende. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.