ECLI:NL:RBSGR:2008:BC7073
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Iran
Eiser, een uitgeprocedeerde asielzoeker van Iraanse nationaliteit, werd op 22 februari 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op gedwongen uitzetting naar Iran. Eiser beschikte niet over originele documenten die zijn identiteit en nationaliteit konden aantonen, en kon deze ook niet verkrijgen doordat zijn familie in het buitenland woont. Verweerder stelde dat uitzetting zonder dergelijke documenten niet onmogelijk is, verwijzend naar afspraken met Iraanse autoriteiten en eerdere verwijderingen van Iraniërs met originele documenten.
De rechtbank heropende het onderzoek en concludeerde dat gedwongen terugkeer naar Iran alleen mogelijk is met originele documenten, en dat in 2007 geen Iraniërs met dergelijke documenten zijn uitgezet. De identiteit van eiser was bekend, maar er was geen zicht op uitzetting omdat eiser niet over de benodigde documenten beschikte en geen concrete aanwijzingen bestonden dat hij deze kon verkrijgen.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring van aanvang af onrechtmatig was vanwege het ontbreken van zicht op uitzetting. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de bewaring opgeheven met ingang van 10 maart 2008, en werd eiser een schadevergoeding van €1615,00 toegekend voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden de proceskosten van €644,00 aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting en eiser ontvangt een schadevergoeding.