ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6996
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen inbewaringstelling vreemdeling wegens recht op rechtsbijstand
Eiser, een vreemdeling van Chinese nationaliteit, werd op 13 februari 2008 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. Eiser voerde aan dat zijn recht op rechtsbijstand door zijn voorkeursadvocaat niet was gerespecteerd, omdat de politie de naam van zijn advocaat niet had doorgegeven aan de verbalisant en piketcentrale, waardoor hij tijdens het verhoor geen advocaat kon bijstaan.
De rechtbank stelde vast dat het proces-verbaal van het verhoor op ambtseed was opgemaakt en dat hierin stond dat eiser geen raadsman bij het verhoor wenste, hoewel hij wel rechtsbijstand wilde gedurende de verdere procedure. De rechtbank vond dat er geen bewijs was dat eiser tijdens het verhoor had verzocht om zijn voorkeursadvocaat. Wel achtte de rechtbank het onbehoorlijk dat de politie de naam van de voorkeursadvocaat niet had doorgegeven, maar dit leidde niet tot onrechtmatigheid van de maatregel.
Verder was eiser bekend met het feit dat hij geen rechtmatig verblijf had en dat het belang van de openbare orde de bewaring rechtvaardigde. De rechtbank vond dat verweerder het onderzoek voortvarend ter hand nam en dat er een reëel perspectief op uitzetting bestond. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.