ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6875
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.C. Punt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit op grond van afstamming
Verzoeker, geboren in Kinshasa, heeft de rechtbank verzocht vast te stellen dat hij sinds 1998 of 1999 de Nederlandse nationaliteit bezit op grond van artikel 4, lid 1, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Hij stelt dat zijn vader, van wie het vaderschap gerechtelijk is vastgesteld, de Nederlandse nationaliteit bezit en dat hij deze daardoor heeft verkregen.
De rechtbank onderzoekt de nationaliteit van de vader van verzoeker, die in 1960 in Congo werd geboren binnen het huwelijk van mevrouw [C] en de heer [D], beiden van Portugese nationaliteit. De grootmoeder van verzoeker was bij haar geboorte Nederlands, maar verloor deze nationaliteit door haar huwelijk in 1957 met een Portugese man, conform het toen geldende Portugese en Nederlandse recht. Dit wordt bevestigd doordat zij in 1991 door naturalisatie het Nederlanderschap opnieuw verkreeg.
De rechtbank concludeert dat de vader van verzoeker bij zijn geboorte de Portugese nationaliteit bezat en niet de Nederlandse. Het feit dat hij ten onrechte een Nederlands paspoort heeft gekregen, verandert hier niets aan. Daarom kan verzoeker de Nederlandse nationaliteit niet ontlenen aan artikel 4, lid 1, RWN en wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit wordt afgewezen omdat de vader van verzoeker niet de Nederlandse nationaliteit bezat.