ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6812
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Wien
- Hage
- Van Dorp
- Rechtspraak.nl
Geen causaal verband tussen schending zorgplicht kredietverstrekker en gestelde schade
De zaak betreft een geschil tussen ABN AMRO, als gevolmachtigde van Hollandsche Bank-Unie (HBU), en de heer A. over de opeising van twee kredieten ter hoogte van in totaal € 910.089,30 plus rente. De kredieten waren verstrekt ter financiering van participaties in het failliete NovaCap Termijnfonds CV en een bankgarantie voor een mislukte villa-aankoop.
De heer A. voerde verweer met een beroep op schending van de zorgplicht door HBU, stellende dat de bank onvoldoende onderzoek deed naar zijn kredietwaardigheid en hem niet adequaat waarschuwde voor de risico's. De rechtbank oordeelde dat HBU slechts als kredietverstrekker en niet als beleggingsadviseur optrad, waardoor de zorgplicht beperkt was. Hoewel HBU haar zorgplicht als kredietverstrekker schond door geen serieuze toets van kredietwaardigheid, ontbrak het noodzakelijke causaal verband tussen deze schending en de geleden schade.
De rechtbank verwierp ook het verweer dat ABN AMRO niet bevoegd was om namens HBU te procederen en wees de incidentele vordering tot inzage in kredietgegevens af wegens gebrek aan belang. De vorderingen van ABN AMRO werden toegewezen, terwijl de tegenvorderingen van de heer A. werden afgewezen. De heer A. werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van ABN AMRO namens HBU toe en wijst de tegenvorderingen van de heer A. af wegens ontbreken van causaal verband tussen schending zorgplicht en schade.