ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6214
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Gunning opdracht aan laagste inschrijver na onterechte ongeldigverklaring inschrijving
De zaak betreft een aanbestedingsgeschil waarbij Bouwbedrijf A BV haar inschrijving ongeldig verklaard zag vanwege het ontbreken van een globale uitvoeringsplanning. De Staat stelde dat deze planning verplicht was op grond van het bestek en de uitnodigingsbrief. Bouwbedrijf A BV verweerde zich met verwijzing naar een e-mail van de Rijksgebouwendienst waarin expliciet werd gesteld dat slechts een limitatieve lijst van documenten vereist was, exclusief de globale uitvoeringsplanning.
De voorzieningenrechter overwoog dat een redelijk geïnformeerde inschrijver op grond van het bestek en de uitnodigingsbrief inderdaad een globale uitvoeringsplanning moest overleggen. Echter, de onvoorwaardelijke en ondubbelzinnige mededeling in de e-mail van 21 november 2007 maakte dat Bouwbedrijf A BV in redelijkheid mocht vertrouwen dat deze planning niet langer vereist was. De latere brief van 22 november 2007 bevestigde deze beperking van de vereiste documenten.
De Staat voerde tegen dat Bouwbedrijf A BV de e-mail anders had moeten interpreteren en navraag had moeten doen, maar dit verweer werd verworpen omdat de calculator van Bouwbedrijf A BV plausibel verklaarde waarom andere standaardstukken wel waren ingediend. De rechtbank besloot daarom de opdracht alsnog aan Bouwbedrijf A BV te gunnen, aangezien zij de laagste inschrijver was. De Staat werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De Staat wordt bevolen de opdracht alsnog aan Bouwbedrijf A BV te gunnen omdat zij terecht mocht vertrouwen op de e-mail dat een globale uitvoeringsplanning niet langer verplicht was.