ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6192
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot inschrijving echtscheidingsbeschikking wegens overschrijding termijn
De vrouw verzocht de rechtbank om de ambtenaar van de burgerlijke stand te gelasten een echtscheidingsbeschikking van 8 augustus 2005 in te schrijven in het register van de burgerlijke stand. De man, hoewel opgeroepen, verscheen niet. De vrouw handhaafde haar verzoek vanwege een maritaal beslag op onroerend goed in Suriname, waarbij het moment van inschrijving van de beschikking bepalend is voor de ontbinding van de huwelijksgemeenschap.
De rechtbank oordeelde dat de echtscheidingsbeschikking op 20 december 2005 in kracht van gewijsde was gegaan, omdat de laatste betekeningshandeling op 19 september 2005 plaatsvond en de beroepstermijn van drie maanden op die datum was verstreken. Het verzoek tot inschrijving had uiterlijk zes maanden na die datum, dus uiterlijk 20 juni 2006, ingediend moeten worden.
De vrouw had op 20 maart 2007 een nieuw verzoek tot inschrijving gedaan, ruim na de termijn. Hoewel de ambtenaar ten onrechte om een verklaring ex artikel 6 van Pro het Haags betekeningsverdrag vroeg, lag het op de weg van de advocaat van de vrouw om dit te corrigeren. De rechtbank concludeerde dat het verzoek te laat was gedaan en wees het af.
De procedure omvatte een eerdere weigering van inschrijving door de ambtenaar, een akte van berusting door de man op 31 januari 2007, en een nieuw verzoek van de vrouw in maart 2007. De rechtbank benadrukte de onderzoeksplicht van de advocaat en het belang van correcte betekening en tijdige inschrijving voor de rechtsgeldigheid van de echtscheiding.
Uitkomst: Het verzoek tot inschrijving van de echtscheidingsbeschikking is afgewezen wegens overschrijding van de wettelijke termijn.