ECLI:NL:RBSGR:2008:BC5709
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen ongewenstverklaring vreemdeling
Eiser, een Afghaanse vreemdeling die sinds 1998 in Nederland verblijft, werd in 2007 tot ongewenst vreemdeling verklaard. Hij had eerder asiel aangevraagd, wat werd afgewezen op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Eiser stelde meerdere beroepen in tegen besluiten tot afwijzing van zijn verblijfsaanvragen en tegen de ongewenstverklaring.
De rechtbank overwoog dat een vreemdeling die ongewenst is verklaard geen belang heeft bij beroepen tegen verblijfsvergunningen, omdat deze beroepen niet tot rechtmatig verblijf kunnen leiden zolang de ongewenstverklaring van kracht is. Jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ondersteunt dit standpunt.
Eiser verzocht om aanhouding van de procedures totdat op het bezwaar tegen de ongewenstverklaring zou zijn beslist, maar de rechtbank vond geen aanknopingspunten om dit verzoek te honoreren. De beroepen werden daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten tot afwijzing van verblijfsaanvragen en ongewenstverklaring worden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.