ECLI:NL:RBSGR:2008:BC5144
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing MVV-aanvraag gezinshereniging meerderjarig kind wegens ontbreken bijzondere gezinsband
Eiseres heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) aangevraagd om bij haar moeder in Nederland te verblijven in het kader van verruimde gezinshereniging. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiseres duurzaam opgenomen wordt geacht in een ander gezin en de feitelijke gezinsband met haar moeder verbroken is. De rechtbank bevestigt dat artikel 4, tweede lid, van Richtlijn 2003/86/EG een facultatief karakter heeft en dat de Nederlandse regelgeving deze bepaling niet implementeert.
De rechtbank overweegt dat eiseres niet binnen de referteperiode van één jaar om haar overkomst heeft gevraagd zonder dat hiervoor goede redenen zijn aangevoerd. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat haar moeder wezenlijk en aantoonbaar in de kosten van opvoeding en verzorging voorziet. De feitelijke gezinsband wordt daarom als verbroken beschouwd.
Ten aanzien van artikel 8 EVRM Pro stelt de rechtbank vast dat hoewel eiseres lijdt aan een ernstige depressie en steun nodig heeft, niet is aangetoond dat de emotionele banden met haar moeder ‘more than the normal emotional ties’ zijn. Er is onvoldoende bewijs dat uitsluitend haar moeder de benodigde zorg kan bieden. Daarom is er geen schending van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de MVV-aanvraag.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de MVV-aanvraag wegens het ontbreken van bijzondere gezinsband en onvoldoende bewijs van bijzondere emotionele afhankelijkheid.