ECLI:NL:RBSGR:2008:BC5101
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zicht op uitzetting bij hernieuwde vreemdelingenbewaring na eerdere opheffing
Eiser verbleef eerder in vreemdelingenbewaring van december 2005 tot januari 2007, welke werd opgeheven wegens het ontbreken van reëel zicht op uitzetting binnen korte termijn. Op 1 februari 2008 werd opnieuw een maatregel van bewaring opgelegd met het oog op uitzetting naar Syrië.
Eiser betoogde dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die het zicht op uitzetting rechtvaardigden, en verzocht om opheffing van de bewaring en toekenning van schadevergoeding. Verweerder stelde dat sinds de eerdere opheffing een lange periode was verstreken en dat het uitzettingstraject inmiddels was gestart, onder meer door een laissez-passeraanvraag.
De rechtbank overwoog dat het tijdsverloop van ruim een jaar tussen de eerdere opheffing en de nieuwe bewaring als een lange periode geldt, waardoor de eerdere reden voor opheffing haar betekenis heeft verloren. Nader onderzoek naar de eerdere bewaring was niet noodzakelijk. Gezien het ingezette uitzettingstraject is geen sprake van ontbreken van zicht op uitzetting.
Daarom is de maatregel van bewaring niet in strijd met de Vreemdelingenwet en is het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding is eveneens afgewezen. Er zijn geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.