ECLI:NL:RBSGR:2008:BC4180
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Verkleij
- Honée
- Lips
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van bewijs voor valse opgave in oprichtingsakte commanditaire vennootschap
De verdachte werd ervan verdacht dat hij in een authentieke oprichtingsakte van een commanditaire vennootschap valselijk had doen opnemen dat hij en zijn mededaders elk €150.000 zouden inbrengen, terwijl dit bedrag nooit daadwerkelijk was gestort. De rechtbank oordeelde dat het gebruik van de toekomstige tijd in de akte en het ontbreken van een uiterlijke termijn voor de inbreng niet automatisch betekende dat de opgave vals was.
De officier van justitie stelde dat verdachte nooit van plan was geweest het bedrag te storten, maar dit was niet ten laste gelegd en kon daarom buiten beschouwing blijven. De rechtbank vond dat het enkel niet storten van het bedrag onvoldoende bewijs was voor een valse opgave.
Tijdens de terechtzittingen op 2 november 2007 en 23 januari 2008 werd verdachte gehoord en bijgestaan door zijn raadsman. De officier van justitie eiste een werkstraf, maar de rechtbank sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke bewijsvoering bij het aantonen van valsheid in authentieke akten en dat het niet nakomen van een toekomstige verplichting niet automatisch leidt tot strafbaarheid.
Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 5 februari 2008.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor het doen opnemen van een valse opgave in de oprichtingsakte.