ECLI:NL:RBSGR:2008:BC4147
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag militair wegens wangedrag door bezit en vervoer van hard- en softdrugs niet onevenredig
Eiser, een korporaal der eerste klasse bij de Koninklijke Landmacht, werd op 10 augustus 2006 ontslagen wegens wangedrag op grond van artikel 39, tweede lid, aanhef en onder l, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR). Dit ontslag volgde op een incident waarbij eiser op 20 april 2006 door de Duitse politie werd aangehouden met in zijn bezit hard- en softdrugs, waaronder wiet en cocaïne, die hij vervoerde van Nederland naar Duitsland.
Eiser voerde aan dat niet was aangetoond dat op zijn handen en in zijn urine sporen van drugs waren aangetroffen en dat de resultaten van het bloedonderzoek ontbraken. Ook stelde hij dat een verklaring van een derde, die de drugs in zijn wekker zou hebben verstopt, niet was meegewogen. De rechtbank oordeelde echter dat de verklaring laat was overgelegd en niet aannemelijk was. Daarnaast bevestigden verklaringen van de Koninklijke Marechaussee en een verbindingsofficier het gebruik van harddrugs.
De rechtbank overwoog dat verweerder een discretionaire bevoegdheid heeft om op grond van het drugsbeleid van de Koninklijke Landmacht tot ontslag over te gaan bij wangedrag. Gezien de ernst van het bezit en vervoer van drugs en het strenge beleid binnen de KL, was het ontslag niet onevenredig. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de militair tegen zijn ontslag wegens wangedrag door bezit en vervoer van hard- en softdrugs wordt ongegrond verklaard.