ECLI:NL:RBSGR:2007:BD1106
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning minderjarige kinderen vluchtelingen uit Congo
Eisers, minderjarige kinderen van vluchtelingen uit Congo, vroegen een verblijfsvergunning aan die door de Staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat bij de besluitvorming onvoldoende rekening is gehouden met de specifieke kwetsbare situatie van eisers, waaronder hun minderjarigheid en de gevaarlijke omstandigheden in hun land van herkomst.
De rechtbank stelt vast dat de Staatssecretaris de normen uit Richtlijn 2004/83/EG, die onder meer het belang van het kind en het in stand houden van het gezin waarborgen, niet adequaat heeft toegepast. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom het nareiscriterium binnen drie maanden strikt zou gelden, terwijl de gezinsband tussen eisers en hun ouders onbetwist is.
Verder is niet voldoende onderzocht of het risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro voor eisers reëel is. De rechtbank concludeert dat de bestreden besluiten niet met de vereiste zorgvuldigheid zijn voorbereid en niet kunnen worden gedragen door de motivering.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt de besluiten en gelast dat de Staatssecretaris opnieuw beslist met inachtneming van de overwegingen. Tevens wordt de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €644.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd met het oog op een zorgvuldige heroverweging.