ECLI:NL:RBSGR:2007:BD1001
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning op grond van artikel 6 Besluit 1/80 ondanks intrekking verblijfsvergunning verblijf bij echtgenote
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende werknemer, had een verblijfsvergunning met de beperking 'verblijf bij echtgenote'. Deze vergunning werd ingetrokken omdat hij niet meer op hetzelfde adres stond ingeschreven als zijn echtgenote, waardoor het huwelijk feitelijk was verbroken. Verweerder stelde dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf, waaronder het vereiste van minimaal drie jaar verblijf en een jaar legale arbeid.
Eiser voerde aan dat hij recht had op voortgezet verblijf op grond van artikel 6, eerste lid, van Besluit 1/80, omdat hij sinds 1 november 2004 onafgebroken reële en daadwerkelijke arbeid verrichtte bij dezelfde werkgever, Sener Autoschade. Hoewel de werkgever geen premies sociale verzekeringen had afgedragen, rust deze verplichting op de werkgever en niet op eiser als werknemer.
De rechtbank stelde vast dat eiser als werknemer tot de legale arbeidsmarkt behoort en dat hij een jaar legale arbeid heeft verricht. De intrekking van de verblijfsvergunning zonder terugwerkende kracht betekent dat eiser tot die datum rechtmatig verblijf had. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf verweerder opdracht een nieuw besluit te nemen, waarbij eiser recht heeft op voortgezet verblijf op grond van artikel 6 Besluit Pro 1/80.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en oordeelt dat eiser recht heeft op voortgezet verblijf op grond van artikel 6 Besluit 1/80.