ECLI:NL:RBSGR:2007:BC9920
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Willink
- I.M. Davids
- H.M. Boone
- Rechtspraak.nl
Arbeidsongeschiktheidsverzekering: onterecht royement en herziening uitkering op inkomensbasis
De zaak betreft een geschil tussen [X], een interim-manager met een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Aegon, en Aegon zelf over de beëindiging van de verzekering en de hoogte van de uitkering.
Na een operatie aan de linkerpols in 2004 en daaropvolgende medische rapportages werd aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 55-65% vastgesteld. Aegon stelde echter later dat [X] onvoldoende meewerkte aan onderzoeken, staakte de uitkering per 1 januari 2005 en royereerde de polis wegens premieachterstand.
De rechtbank oordeelt dat Aegon niet als redelijk handelend verzekeraar heeft gehandeld, omdat de vermeende weigering van [X] om mee te werken aan onderzoeken onterecht werd geïnterpreteerd. Medische deskundigen bevestigden significante beperkingen. Op basis van inkomensgegevens werd vastgesteld dat de arbeidsongeschiktheid vanaf 1 juli 2005 lager lag, namelijk tussen 25-35%. Het royement is onterecht en de verzekering loopt nog door.
De rechtbank wijst de vorderingen van Aegon af, veroordeelt Aegon tot hervatting van de uitkering vanaf 1 juli 2005 tot 31 december 2005 op basis van 25-35% arbeidsongeschiktheid, en veroordeelt Aegon in de proceskosten. De vorderingen van [X] tot verdere uitkering na 2005 en premievrijstelling over het eerste jaar worden afgewezen.
Uitkomst: Aegon dient de arbeidsongeschiktheidsuitkering vanaf 1 juli 2005 tot en met 31 december 2005 op basis van 25-35% arbeidsongeschiktheid te hervatten en het royement is onterecht.