ECLI:NL:RBSGR:2007:BC8947
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid waarderingskosten WOZ en gehanteerd uurtarief door Waarderingskamer
Het geschil betreft de redelijkheid van de door de gemeente Waddinxveen gemaakte waarderingskosten voor de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) over de jaren 1999 tot en met 2002. De Waarderingskamer had de kosten geaccordeerd tot een bedrag van €1.393.260,29, terwijl de gemeente een hoger bedrag had opgegeven. De gemeente stelde dat het gehanteerde uurtarief onterecht was gemaximeerd en dat dit in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel en de beleidsvrijheid van de gemeente.
De rechtbank stelt vast dat de Waarderingskamer bij de beoordeling van de redelijkheid van de waarderingskosten een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat de toetsing van de redelijkheid pas na afloop van het waarderingskostentijdvak kan plaatsvinden. De rechtbank volgt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar oordeel dat niet alle door gemeenten gehanteerde uurtarieven zonder nadere beoordeling als redelijk kunnen worden beschouwd.
Aangezien de gemeente geen onderbouwing heeft gegeven waarom het eigen uurtarief redelijkerwijs hoger zou moeten zijn dan het gehanteerde gemiddelde, kan niet worden geoordeeld dat de Waarderingskamer onredelijk heeft gehandeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de Waarderingskamer tot accordering van de waarderingskosten wordt ongegrond verklaard.