ECLI:NL:RBSGR:2007:BC7233
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag gebruikersbelasting wegens feitelijk gebruik pand door meerdere gebruikers
Eiser, eigenaar van een pand met een winkelruimte en woongedeelte, was aangeslagen voor gebruikersbelasting over 2002. De aanslag werd gebaseerd op een WOZ-waarde en het tarief voor niet-woningen. Eiser stelde dat de aanslag aan zijn zoon had moeten worden opgelegd, omdat deze het woongedeelte huurde en de winkelruimte door de zoon aan de echtgenote in gebruik was gegeven.
De rechtbank stelde vast dat het pand feitelijk twee gebruikers had: de zoon bewoont het woongedeelte en de echtgenote gebruikt de winkelruimte. Deze situatie bestond al jaren en was niet wezenlijk veranderd per 1 januari 2001, ondanks een huurovereenkomst tussen eiser en zijn zoon. De rechtbank concludeerde dat eiser als eigenaar en gebruiker van het pand terecht werd aangeslagen, conform artikel 220b van de Gemeentewet.
De rechtbank verwierp het betoog dat het pand als woning moest worden aangemerkt en dat de zoon daarom als gebruiker van het gehele pand moest worden gezien. De status van het pand bepaalt alleen het tarief, niet wie als gebruiker wordt aangemerkt. De aanslag werd verminderd met de 'Zalmsnip' van € 45. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser, maar niet in de kosten van de bezwaarfase wegens onvoldoende bewijs van verzoek tot vergoeding.
De uitspraak bevestigt dat bij gebruikersbelasting het feitelijke gebruik en de feitelijke gebruikers bepalend zijn, niet alleen de eigendom of de status van het pand.
Uitkomst: De aanslag gebruikersbelasting is verminderd en terecht aan eiser opgelegd als gebruiker van het pand.