ECLI:NL:RBSGR:2007:BC5698
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit uitzetting wegens onvoldoende motivering artikel 3 EVRM-risico
Eiser heeft sinds 1994 meerdere aanvragen gedaan voor verblijf in Nederland, waaronder asiel en verblijfsvergunning op humanitaire gronden, die telkens zijn afgewezen. Verweerder wijzigde in 2006 zijn eerdere standpunt dat eiser niet zou worden uitgezet vanwege risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en concludeerde dat er geen reëel risico meer zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd op welke feiten of omstandigheden deze wijziging is gebaseerd. Er is geen onderzoek uitgevoerd door het ministerie van Buitenlandse Zaken, ondanks toezeggingen daartoe. Ook het aanvullend gehoor in 2005 bood geen concrete aanwijzingen voor de gewijzigde beoordeling.
De rechtbank concludeert dat verweerder niet zonder nadere motivering een ander standpunt kon innemen dan in 2003. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van artikel 3:46 Awb Pro. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van artikel 3:46 Awb.