ECLI:NL:RBSGR:2007:BC5653
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel
Eiseres, een vrouw van Burundische nationaliteit, heeft namens zichzelf en haar minderjarige dochter een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid en het ontbreken van reis- en identiteitspapieren. Eiseres voerde aan dat zij tijdens het eerste nader gehoor door gezondheidsproblemen onjuiste verklaringen heeft afgelegd die zij later probeerde te corrigeren. Het rapport van het nader gehoor werd pas op 13 september 2006 aan haar gemachtigde toegezonden, terwijl het voornemen tot afwijzing al op 14 september 2006 was uitgebracht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onzorgvuldig handelde door de correcties en aanvullingen op het nader gehoor, die met de zienswijze van 10 oktober 2006 waren ingediend, geheel buiten beschouwing te laten. Verweerder had het rapport eerder aan de gemachtigde moeten toezenden en had niet al vóór ontvangst van het rapport een voornemen tot afwijzing mogen uitbrengen. Hierdoor is het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €644,-, te betalen aan de griffier.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.