ECLI:NL:RBSGR:2007:BC5163
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding en onrechtmatige bewaring wegens ontbreken redelijk vermoeden illegaal verblijf
Eiser werd op 15 november 2007 staande gehouden in een park naar aanleiding van een melding van overlast en werd gevraagd om zijn identiteitsbewijs te tonen. Omdat hij dit niet kon tonen, werd hij strafrechtelijk aangehouden en vervolgens vreemdelingrechtelijk overgebracht naar een plaats van verhoor. De rechtbank oordeelt dat de staandehouding heeft plaatsgevonden onder de bevoegdheid van artikel 50, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waarvoor een redelijk vermoeden van illegaal verblijf vereist is.
De rechtbank stelt vast dat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond, omdat er geen overlast meer was en het signalement van de vermeende overlastgevers onbekend was. De enkele aanwezigheid van eiser in het park en zijn beperkte taalvaardigheid rechtvaardigen dit vermoeden niet. De onrechtmatigheid van de staandehouding maakt ook de daaropvolgende bewaring onrechtmatig, tenzij de belangen die de bewaring rechtvaardigen zwaarder wegen.
Verweerder heeft geen voldoende belangen gesteld om de bewaring te rechtvaardigen. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, de bewaring opgeheven met ingang van 29 november 2007, en wordt eiser een schadevergoeding toegekend voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens worden de proceskosten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatige staandehouding zonder redelijk vermoeden van illegaal verblijf en eiser krijgt schadevergoeding toegekend.