ECLI:NL:RBSGR:2007:BC3700
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststellingsovereenkomst en naheffingsaanslag dividendbelasting met boetebeschikking
Eiseres, een BV, had met haar directeur en enig aandeelhouder een vaststellingsovereenkomst gesloten over de aflossing van een schuld van ruim € 341.000, met een jaarlijkse minimale aflossing van € 20.000 over maximaal tien jaar. Verweerder legde een naheffingsaanslag dividendbelasting op over een bedrag dat volgens hem als netto winstuitdeling moest worden aangemerkt, omdat de schuld in 2004 niet was afgenomen maar zelfs was toegenomen.
Eiseres betwistte een deel van de naheffing en de opgelegde vergrijpboete. Zij stelde dat de vaststellingsovereenkomst zodanig moest worden uitgelegd dat extra aflossingen in een jaar konden worden toegerekend aan andere jaren, en dat zij niet lichtvaardig had gehandeld. De rechtbank oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst niet zo kon worden uitgelegd en dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd.
De boetebeschikking werd echter vernietigd omdat eiseres niet aan opzet of grove schuld had gedaan. Haar interpretatie van de overeenkomst was niet onredelijk en het enkele feit dat zij niet vooraf de mening van verweerder had gevraagd, was onvoldoende voor grove schuld. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Naheffingsaanslag dividendbelasting bevestigd, boetebeschikking vernietigd wegens ontbreken grove schuld.