ECLI:NL:RBSGR:2007:BC3309
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing visumkort verblijf familiebezoek met onzorgvuldige besluitvorming
Eiser diende op 6 juli 2006 bij de Nederlandse vertegenwoordiging in New Delhi een aanvraag in voor een visum kort verblijf voor familiebezoek. Verweerder wees de aanvraag af op 8 juli 2006 en verklaarde het bezwaar ongegrond op 3 mei 2007. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank toetste het besluit aan de Schengengrenscode en de Algemene wet bestuursrecht.
Verweerder stelde dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor het verkrijgen van het visum, met name omdat het uiteindelijke reisdoel onduidelijk was en er geen solvabele garantsteller was. De garantsteller had loonstroken overgelegd, maar verweerder vond het ontbreken van recente winst- en verliesrekeningen en belastingaanslagen een reden voor twijfel. Tevens werd het horen van eiser achterwege gelaten omdat het bezwaar kennelijk ongegrond werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat het onzorgvuldig was dat verweerder de materiële inhoud pas na bezwaar onderzocht en daarna het bezwaar als kennelijk ongegrond bestempelde zonder te horen. Ook was het onzorgvuldig om geen aanvullende financiële stukken op te vragen bij de garantsteller die in loondienst was bij zijn B.V. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen binnen zes weken, met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onzorgvuldige besluitvorming en schending van de hoorplicht.