ECLI:NL:RBSGR:2007:BC3296
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toegangsweigering op Schiphol wegens vermeende overtreding Opiumwet onterecht verklaard
Eiser werd op 30 maart 2007 op Schiphol aangehouden wegens verdenking van overtreding van de Opiumwet en kreeg de toegang tot Nederland geweigerd op grond van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder e, van de Schengengrenscode. Verweerder stelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij op doorreis was, terwijl eiser beschikte over een Spaanse verblijfstitel.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 5, vierde lid, van de Schengengrenscode toegang met het oog op doorreis moet worden verleend aan houders van een geldige verblijfstitel van een andere lidstaat, ongeacht of doorreis aannemelijk is gemaakt. Daarnaast voldeed de toegangsweigering niet aan de formele vereisten van artikel 13 van Pro de Schengengrenscode, omdat geen met redenen omklede schriftelijke beslissing was uitgereikt.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en stelde zelf in de zaak door het administratief beroep gegrond te verklaren en de toegangsweigering op te heffen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €644,- ten gunste van eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de toegangsweigering en verleent eiser toegang tot Nederland.