ECLI:NL:RBSGR:2007:BC3291
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing visumweigering wegens twijfel aan terugkeer
Eiser diende een aanvraag in voor een kort verblijf visum om zijn aanstaande schoonfamilie te bezoeken, maar de aanvraag werd afgewezen omdat niet was aangetoond dat hij tijdig zou terugkeren naar zijn land van herkomst. De aanstaande schoonvader, als referent en rechtstreeks belanghebbende, maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar en beroep door de referent zelf zijn ingediend en dat het beroep ontvankelijk is. Tevens wordt het beroep op schending van de hoorplicht, dat pas tijdens de zitting werd aangevoerd, geaccepteerd gezien de bijzondere omstandigheden en het feit dat verweerder het eerdere besluit had ingetrokken.
De rechtbank stelt vast dat verweerder ten onrechte het bezwaar kennelijk ongegrond heeft verklaard en daarmee de hoorplicht heeft geschonden. De motivering van het besluit was onvoldoende, en verweerder had onvoldoende onderzoek gedaan naar de sociale en economische binding van eiser met zijn land van herkomst.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 644,- aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het visumweigeringbesluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.