ECLI:NL:RBSGR:2007:BC2665
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige mvv ondanks medische situatie
Eiser, een vreemdeling met medische klachten, vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan onder de beperking van medische behandeling. Verweerder weigerde deze vergunning omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet voldeed aan de vrijstellingscriteria op grond van artikel 17, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet de vereiste gedagtekende en ondertekende medische verklaring had overgelegd, waarin een BIG- of NIP-registratienummer van de behandelaar stond vermeld. Het ontbreken van deze gegevens leidde ertoe dat verweerder het Bureau Medische Advisering niet hoefde in te schakelen. Eisers stelling dat verweerder zelf contact had moeten opnemen met de behandelaar om het BIG-nummer te verkrijgen, werd verworpen.
De rechtbank verwees naar het beleid in de Vreemdelingencirculaire 2000 waarin duidelijk is dat het aan de vreemdeling is om de juiste medische stukken te overleggen. Ook een eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter Maastricht werd niet als vergelijkbaar gezien. Gezien het ontbreken van een geldige mvv en de niet-nakoming van de bewijsvereisten, werd het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank wees verder op het ontbreken van gronden voor het toewijzen van proceskosten aan een van de partijen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een geldige mvv en onvoldoende medische onderbouwing.