ECLI:NL:RBSGR:2007:BC2225
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende voortvarendheid bij opstarten uitzettingstraject vreemdeling in bewaring
Eiser is op 27 oktober 2007 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Volgens vast beleid dient de maatregel van bewaring tot het strikt noodzakelijke beperkt te blijven en moet zo spoedig mogelijk een concreet uitzettingstraject worden opgestart. Verweerder diende pas op 20 november 2007, 23 dagen na inbewaringstelling, een aanvraag voor een laissez-passer in bij de Marokkaanse autoriteiten.
De rechtbank constateert dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. Het vertrekgesprek met eiser vond pas 11 dagen na het identiteitsgehoor plaats, zonder voldoende verklaring voor deze vertraging. Ook duurde het onverklaard lang voordat de lp-aanvraag werd ingediend na verzending van de benodigde stukken.
Omdat niet is gesteld of gebleken dat de vertraging aan eiser te wijten is, oordeelt de rechtbank dat de bewaring onrechtmatig is voortgezet. De bewaring wordt per 19 december 2007 opgeheven. Daarnaast kent de rechtbank een schadevergoeding toe aan eiser voor de periode dat hij ten onrechte in bewaring was en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid bij het opstarten van het uitzettingstraject en eiser krijgt een schadevergoeding toegekend.