ECLI:NL:RBSGR:2007:BC2204
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring van EU-onderdaan en toekenning schadevergoeding
Eiser werd op 19 november 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde de Franse nationaliteit te bezitten en daarmee EU-burger te zijn, wat rechtmatig verblijf zou betekenen. Verweerder hief de bewaring op op 22 november 2007 nadat de Franse nationaliteit ondubbelzinnig was vastgesteld.
De rechtbank overwoog dat het enkel stellen van EU-nationaliteit niet voldoende is om vreemdelingenbewaring uit te sluiten. Pas na ondubbelzinnige vaststelling van de nationaliteit kan het verblijfsrecht worden erkend. De bewaring tot 21 november 2007 was daarom niet onrechtmatig. Wel was de voortzetting van de bewaring met één dag daarna onrechtmatig, omdat het verblijf van eiser toen niet meer onrechtmatig was.
De rechtbank vond het onderzoek naar de nationaliteit niet onredelijk lang duren gezien de noodzakelijke verificaties met het Franse consulaat. Gelet op de onrechtmatige bewaring werd een schadevergoeding van €95 toegekend voor die ene dag. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €644 die eiser redelijkerwijs had moeten maken voor de behandeling van het beroep.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de vreemdelingenbewaring tot één dag na vaststelling van de Franse nationaliteit onrechtmatig was en kent een schadevergoeding van €95 toe.