ECLI:NL:RBSGR:2007:BC1444
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting
Eiser, een vreemdeling met de Marokkaanse nationaliteit, werd op 17 april 2007 in bewaring gesteld. Na eerdere ongegrond verklaarde beroepen tegen de bewaring, stelde eiser op 22 november 2007 opnieuw beroep in tegen het voortduren van de maatregel. De rechtbank onderzocht of de Staatssecretaris voldoende voortvarend had gehandeld bij de uitzetting.
De rechtbank stelde vast dat tussen de rappellen bij de Marokkaanse autoriteiten op 9 oktober 2007 en 23 november 2007 meer dan een maand was verstreken zonder uitzettingshandelingen. Dit was in strijd met de vereiste voortvarendheid. De Staatssecretaris kon geen feiten of omstandigheden aanvoeren die deze lange periode rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring sinds 10 november 2007 onrechtmatig was en beval de opheffing van de maatregel met ingang van 12 december 2007. Tevens werd een schadevergoeding van € 2.310 toegekend voor 33 dagen onrechtmatige bewaring. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van € 644.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting en eiser ontvangt een schadevergoeding.