ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0997
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting Chinese vreemdeling
Eiser, een Chinese vreemdeling die al 13 jaar in Nederland verblijft, is op 6 juli 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij betwist de voortzetting van deze maatregel en stelt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede vanwege het ontbreken van identiteits- en reisdocumenten en problemen met het Chinese persoonsregistratiesysteem.
De rechtbank overweegt dat sinds 2007 de Chinese autoriteiten twee laissez-passers hebben afgegeven aan ongedocumenteerde Chinese vreemdelingen, wat betekent dat er wel degelijk zicht op uitzetting kan bestaan. De rechtbank vindt dat eiser onvoldoende concrete, persoonlijke feiten en omstandigheden heeft gesteld die aannemelijk maken dat het onderzoek door de Chinese autoriteiten niet binnen een redelijke termijn tot afgifte van een reisdocument kan leiden.
Verweerder heeft voldoende voortvarend gehandeld en er zijn geen aanwijzingen dat eiser het onderzoek frustreert. De rechtbank concludeert dat voortzetting van de maatregel van bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en dat het beroep ongegrond is. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.