ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0729
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering en onjuiste beleidsbeoordeling
Eiser, een Hazara uit de Afghaanse provincie Ghazni, diende in 2000 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die in 2001 werd toegekend. In 2003 vroeg hij verlenging voor onbepaalde tijd, welke in 2005 werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte het destijds geldende beleid, waaronder werkinstructie 220, niet heeft betrokken bij de ex tunc-beoordeling van de aanvraag.
Verweerder stelde dat eiser niet tot een risicogroep behoorde, mede op basis van het ambtsbericht van juli 2005 en WBV 2004/60. De rechtbank stelt echter vast dat deze beoordeling onvoldoende rekening houdt met de specifieke situatie van Hazara in Ghazni en de geloofwaardigheid van het asielrelaas. Tevens is de ex nunc-beoordeling onjuist omdat verweerder de relevante beleidsregels en ambtsberichten niet adequaat heeft toegepast.
De rechtbank concludeert dat de beschikking in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel (art. 3:2 en Pro 3:46 Awb) en vernietigt de afwijzing. Verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen. Tevens worden proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel en gelast een nieuwe beslissing met inachtneming van het beleid en de motiveringsvereisten.